Verslag Van De 13e Herdenkingsreis

Hier kan u het verslag van de dertiende herdenkingsreis naar Noord-Duitsland vinden, geschreven door inspecteur van Politie en bestuurslid Boris Vicca.

Het was ondertussen 6 jaar geleden dat ik nog meegegaan was op Neuengammereis met de Stichting MK ’44. Dit jaar werd de 65ste verjaardag van de bevrijding van het kamp en het einde van de Tweede Wereldoorlog herdacht.
Door omstandigheden kon ik de afgelopen jaren niet mee gaan, maar voor deze speciale verjaardag vond ik het mijn plicht om er tijd voor te maken. Het heeft me enige moeite gekost om op het werk verlof te krijgen, maar ik stond erop dat mijn vraag tot verlof ingewilligd werd. En zoals het spreekwoord  zegt ‘de aanhouder wint’. Ik schrijf deze tekst op vraag van Prof. Gaebelein met op de achtergrond de muziek van het lied ‘Die Moorsoldaten’. Ik wil nog even meegeven dat het neerschrijven van emoties zoals ik die ervaren heb tijdens deze Neuengammereis geen lachertje is. Zeker niet voor een jong persoon als ik met slechts beperkte levenservaringen en levenswijsheid.


Nog niet geheel hersteld van een griepje stond ik op 02 mei samen met de andere reizigers aan het station in Meensel. Ik voelde me niet al te goed, maar vertikte het verstek te geven en reisde dus mee af.
We deden eerst Fallingbostel aan, alwaar er een Britse militaire basis gevestigd is. Hier bezochten we een militair museum. Het museum deed me een beetje denken aan mijn zolder, enkel dan met het verschil dat dit museum zich in de kelder bevond en toch iets uitgebreider was dan het mijne. Het was een korte en zachte opener van de reis.
Vervolgens stopte de bus in Bergen-Belsen. Al wist ik dat er op deze plek nog weinig tastbaars te zien is van de naziterreur, toch liet deze plaats met zijn lange platte heuvels waaronder duizenden slachtoffers van de ideologie van het Derde Rijk rusten een zeer diepe indruk na. Zover het oog kon reiken tussen de bomen op de heide zag men deze heuvels. De plek zag er eerder uit als een rustgevend, vredelievend oord. De waarheid die onder de heide begraven ligt, is echter van een heel andere aard. Ook het Russisch kerkhof maakte me stil. De geringe oppervlakte van het kerkhof verborg maar liefst zo’n 50.000 slachtoffers. Getallen die mijn bescheiden verstand ver te boven gaan.

Na Bergen-Belsen ging het naar Bullenhuser Damm. Dit oord van verschrikking had ik reeds bij eerdere reizen bezocht. Doch elke keer opnieuw wordt een mens doodstil wanneer hij deze plaats betreedt. Telkens weer tracht ik mezelf een beeld te scheppen van wat er zich in dat keldertje heeft afgespeeld. En steeds moet ik vaststellen dat ik er niet in slaag. De realiteit lijkt gewoon te onwerkelijk. Ik krijg er als (jong)volwassene zelfs een beetje een schuldig gevoel van. Een schuldig gevoel omdat volwassenen zulk een verschrikkelijk onrecht hebben aagedaan aan de meest onschuldige wezentjes, kinderen. Als politieman heb ik ook reeds dode kinderen of zwaar getraumatiseerde kinderen gezien. En of je wil of niet, een kind raakt ons (politiemensen) altijd erg hard. Je raakt van bepaalde zaken ietwat afgestompt, maar kinderen blijven bij ons de gevoelige snaar raken. In de rozentuin hield ik weer even halt voor de plaat met opschrift dat ons aanmaant op de plaats daar te zwijgen, doch wanneer we weggaan te spreken. Het is met deze woorden in gedachte dat ik vandaag door het leven ga en waar ik kan, de geschiendenis probeer te vertellen. In een serene sfeer verlieten we deze plaats van onheil.

Op de tweede dag werden we ’s ochtends verwacht in de Hamburgse senaat. Een prachtig gebouw. Bij de woorden ter begeleiding van zijn compositie van Krystinyak werden alle genodigden de emoties van de oude man gewaar. Op prachtige wijze verwerkte de man enkele tonen uit het Horst-Wessel lied (Horst-Wessel; vermoord vooraanstaand SA-man en componist van het gelijknamig lied (ook ‘Die Fahne hoch’) die omgebogen werden tot het prachtige lied van ‘Die Moorsoldaten’. Bij aanvang van dit laatstgenoemde lied stonden de aanwezigen met respect op.
Na deze mooie receptie gingen we naar Neustadt Holstein alwaar we per boot naar de plaats voeren waar dag op dag 65 jaar geleden de Cap Arcona en de Thielbeck tijdens een Brits RAF bombardement tot zinken gebracht werden. Op de plaatsen waar beide schepen ten onder gingen legden onze vaartuigen zich in een cirkel met de boeg naar binnen gedraaid. De schepen lieten een sirene afgaan ter nagedachtenis van de slachtoffers. Op deze plaats is op zich niets te merken van wat er zich ooit heeft afgespeeld, maar de geladenheid die er heerste op deze ogenblikken was goed voelbaar. Het werpen van de bloemen was een mooi en emotioneel gebaar. Nadien volgde nog de herdenking aan het gedenkteken voor de slachtoffers van de Cap Arcona en de Thielbeck. Ook nu toonde men zijn respect bij het spelen van het lied ‘Die Moorsoldaten’.

De derde dag voerde ons naar het hoofdkamp Neuengamme. In de ‘Zwarte Doos’ konden we de lange namenlijsten lezen. Op 23/02/1945 staat tussen vele andere namen de naam van mijn overgrootvader Frans Pasteyns. Een naam zoals er daar 55.000 andere namen staan. Maar dit was de naam van de man waar mijn grootmoeder papa tegen zei. Ik kan mij gewoon niet voorstellen dat mijn eigen vader zo weggerukt zou worden uit ons gezin en dat zijn naam dan jaren later op een doek zou prijken. De bedoeling is natuurlijk heel mooi, maar toch blijft het zo anoniem. Een naam dewelke een persoon vertegenwoordigt. Maar deze persoon, deze mens heeft zijn eigen verhaal en dat lijkt een enorme leegte. Of toch voor mij. Ik vroeg op één van de avonden aan enkele oorlogswezen of zij iets wisten over mijn overgrootvader. Wie was hij, hoe was hij, was hij gekend in het dorp, Vragen die voor mij voor immer onbeantwoord blijven. Ik heb verdriet voor een persoon die ik eigenlijk niet ken. Ik ken slechts een klein deeltje van zijn levensverhaal en jammer genoeg is dat de meest verschrikkelijke bladzijde van zijn leven. Onbegrijpelijk voor sommige mensen en eerlijk gezegd begrijp ik het zelf soms ook niet goed.
Aan ons beeld ‘De Wanhoop van Meensel-Kiezegem’ werd er een bloemenhulde gehouden. Bij het hijsen van de Belgische driekleur speelde een prachtige sympfonische versie van het Belgisch volkslied. Ik denk dat dit voor zowat alle aanwezigen een van de meest emotionele momenten was. De zachte muziek, het langzaam ontplooien en wapperen van de vlag, het besef van op welke plaats we ons bevonden, de gedachten aan onze geliefde verwanten Het trof mij alleszins erg hard. Ik heb mijn overgrootvader nooit gekend, maar op zo’n moment brandt het gevoel van gemis toch zeer. Ik kan me dan ook goed voorstellen hoezeer dit gemis en die pijn moet zijn voor hen die hun echtgenoot, vader of broer daar verloren hebben. Net zoals in Bullenhuser Damm kregen we in Neuengamme een voorbeeldige gidsing van Andreas Lappöhn. Een woordje van lof voor deze man. Hij gaf ook nu weer een verrijkende uitleg bij verschillende plaatsen en hield toch op een zeer eerbiedwaardige wijze een afstand tijdens de emotionele momenten voor de groep. Zeer lovenswaardig! We kregen veel en goed te eten in de gebouwen van de voormalige Walther-Werke, dit in schril contrast tot wat de Häftlingen er vroeger amper te eten kregen. De deelstaat Hamburg had duidelijk niet op een euro gekeken, hetgeen ook een woordje van dank verdient. Tot slot hielden we de dodenwake op de grondvesten waar vroeger het crematorium van het kamp stond. Op deze plaats zijn vele van onze verwanten tot asse herleid. Natuurlijk werd ook hier de nodige eerbied en respect getoond met het spelen van de Brabançonne en het neigen van de vlaggen.

Op onze vierde en laatste dag vatten we onze terugreis aan. Echter niet zonder eerst halt te houden bij nog enkele plaatsen waar er mensen van Meensel-Kiezegem het leven lieten.
Aan  Schützenhof werden we opgewacht door onze kleine vriend met een groot hart Prof. Gaebelein en zijn gevolg. Ook waren er leerlingen van Bremense scholen aanwezig, hetgeen ik erg belangrijk vind. Wat baten immers herdenkingen als enkel mensen die iets van deze geschiedenis kennen hierbij aanwezig zijn. Als we de jeugd niet wijzen op het verleden dan kunnen ze ook niets leren van dat verleden. Herdenken is belangrijk voor nabestaanden, maar er moeten ook buitenstaanders bij betrokken worden. Na de plechtigheid waarbij ik meer dan een uur in de houding had gestaan en de vlag gedragen had, vertrokken de meesten van ons te voet op weg naar de Weser over dezelfde weg die de Häftlingen elke dag aflegden. Enkele anderen hielden een gesprek met de leerlingen van de Bremense scholen. Dit moet zowel voor de ouderen als voor het jeugdige publiek een unieke en interessante ervaring geweest zijn.
We kregen een smakelijk middagmaal in de school van de Bremense leerlingen. Enkele van die leerlingen namen ook de taak op zich om ons te bedienen, iets wat ik ten zeerste van die jongelingen wist te appreciëren.
Na het middagmaal gingen we opweg naar Blumenthal waar een laatste korte herdenking werd gehouden. Een plotse bloedneus weerhield me er niet van om ook op deze laatste herdenking de vlag met het nodige respect te neigen en te salueren bij het neerleggen van de bloemenkransen en het spelen van het Europese volkslied. Na deze plechtigheid vertrokken we verder naar huis. We kwamen allen veilig en wel thuis door de rijvaardigheid van onze olijke chauffeur Paul.

Nu, enkele dagen later, bij het schrijven van deze tekst heb ik stilletjes alles wat kunnen verwerken. Het waren immers 4 indringende dagen. Ik ben blij dat ik deze reis nogmaals heb mogen meemaken. Het feit dat ik op de plechtigheden in mijn politie gala-uniform de vlag mocht dragen, hebben me ook een beetje trots gemaakt en maakten voor mij de beleving nog intenser. Ik weet dat voor sommigen een uniform en de militaire formaliteiten overbodig zijn, maar voor mij zijn deze zaken een symbool. Ik draag het uniform van een instantie waarvan ik de waarden hoog inschat. ‘Beschermen- helpen- dienen’ was het motto van de Belgische Rijkswacht. Toegegeven dat er enkelingen zijn die deze waarden niet veel eer hebben aangedaan doorheen hun loopbaan. Doch, ikzelf tracht deze waarden en normen voor mezelf hoog te dragen en ze eer aan te doen.

Verder wens ik bij deze de Stichting MK ’44 te bedanken voor de onfeilbare organisatie. We kwamen niets te kort en ik heb me ondanks de emotionele aard van de reis, toch geamuseerd.

Na deze reis heb ik mezelf ook nog een bedenking gemaakt. Ik hoop ten zeerste dat de 5-jarige herdenkingen zullen blijven bestaan. Over 5 jaar zullen er weer een aantal overlevenden van de kampen ons ontvallen zijn. Maar laat dat alstublieft geen reden zijn om de herdenkingen in hun grootsheid te beëindigen. Wij dragen een belangrijke taak met ons mee. Het gevaar van het heden ligt immers nog steeds in het vergeten en ontkennen van het verleden!

VICCA Boris,
Inspecteur van politie.

Een reactie plaatsen