Dit was de onderstaande en begeleidende tekst bij een van de reisfoto’s, geflitst tijdens onze 14e herdenkingsreis eind augustus 2011 in de omgeving van de fameuze brug te Nijmegen. Een opmerkzame fotograaf van dienst. Dat mag je wel zeggen.
Deze voorliggende nieuwsbrief maakt met aanvullende verslagen en reacties meteen het sluitstuk uit van wat weeral maar eens een onvergetelijke belevenis is geworden: herdenkingsreizen naar Noord-Duitse locaties waar het sporenonderzoek naar oorlogsslachtoffers met passie bedreven wordt.
Voor mij persoonlijk althans is de jongste reis de bevestiging geworden van een lang verhoopte droom: nader kennis maken met de slagvelden van Arnhem en Nijmegen. Zoals bekend en gebleken is, werd Market Garden niet direct de simpelste klus wat betreft de militaire en kwetsbare operatie om het Ruhrgebied destijds aan te pakken en Duitsland tot capitulatie te dwingen.
De mislukking liet als ‘t ware de Duitse oorlogsmachine 6 maanden langer draaien tot mei 1945.
De massale aanvoer van para’s langs een bont gekleurde lucht zou de geslaagde startdag van de memorabele operatie Market Garden moeten betekend hebben... Zou... zouden...
Inderdaad. Gedrevenheid en inzet op het hoogste niveau ten spijt, de ontgoocheling van deze miskleun bracht de opmars der geallieerden tot stilstand met bovenop een gevoel van machteloosheid tegenover de Duitse hardnekkigheid.
De invasie en aanvoer van de geallieerde troepen via een luchtbrug met duizenden Dakota’s als sleepvliegtuigen van dubbel aangespannen zweefvliegers met manschappen en materialen maakten toen boven onze hoofden alhier een nooit geziene, indrukwekkend onvergetelijk schouwspel. Onverwoestbaar gebeiteld in mijn kindergeheugen vooral omwille van het adembenemend en eentonig geronk van ontelbare vrachtvliegtuigen, draaiend op hetzelfde toerental, op dezelfde hoogte, op dezelfde afstanden, ondersteund door acrobatische manoeuvres van begeleidende, Spitfires,de jachtvliegtuigen, die hun aanvalposities nodig wilden en moesten innemen.
Het was meer dan een helse bedoening, de getuige van een verbazingwekkende prestigieuze maar kwetsbare operatie wegens de opvallend laagvliegende formaties. Onheilspellende uitzichtloosheid.
Ik herinner mij dat een gevoel van angst zich van mijzelf meester maakte als een majestueuze klacht, vooral omdat de resultaten van de landing in Normandië met hetzelfde toneel ons voor de geest bracht wat deze luchtbrug uiteindelijk aan slachtoffers zou maken.
Het werd een brug te ver. Dood en vernieling. Leed en lijden. Wij kennen vandaag de resultaten van deze slachting en de rapporten van op de slagvelden: onvoldoende rekening gehouden met en in euforie geleefd dat alles mee zou zitten. De beelden van de “te halen bruggen” zijn vandaag nog de weerspiegeling van de mislukking en de onhaalbare ingrepen.
Ter plekke, aan de hand van de foto’s, oorlogsmaterialen, grondplannen, verslagen en videovoorstellingen werd het na 66 jaar een uitzonderlijke belevenis.
Het werd voor mij persoonlijk een emotionele ontmoeting van “de onsterfelijke doden”.
Een kleine inforuimte tegenover de brug te Grave-Nijmegen met meerdere bezoekers... De Neuengammereizigers 2011 van de Stichting,geïnteresseerd als altijd, palmen de ruimte in. Gedempte en gedrukte stemming als in een sterfkamer...Spraakloze aanwezigheid. Overzichtelijke en gedetailleerde infoborden spreken boekdelen. Tot voorheen de grote onbekende.
Een wazige foto aan de wand en mijn aandacht is gefocust. Wazig uitgevoerd, maar wel ingrijpend. De oorlogscorrespondent van dienst heeft hoogst waarschijnlijk niet de tijd gehad om correcte afstelling van zijn fotoapparatuur te controleren. Mogelijk ook de hallucinate omstandigheden van het ogenblik: oorlogsgeweld op het hoogste niveau, bevende armen en benen of de trillende aarde onder het geweld van bominslagen en uiteenspattende granaten. Of was het ook zijn laatste snik en klik waarmee hij de wereld het inferno van deze hopeloze strijd wilde meegeven? ‘t Werd een foto die op het eerste zicht geen prijzen zal halen maar toch boekdelen aan informatie achterlaat. Een onweerstaanbare drang dwong mijn aandacht:de John S. Thompsonbrug. Ik zie méér dan ik zie.
Een jong soldaat, weinig meer dan een kind, ligt geveld naast een zwaar bewapende maar gehavende tank. De laatste kruitwalm rond de gevechtskoepel, dampend uit een gloeiende kanonloop, verhoogt de waarschijnlijkheid van ongepaste beeldscherpte.
Het haast afgescheurde insigne van zijn gevechtseenheid op de flodderige en vuile soldatenkledij maakt duidelijk: hier is een regiment gesneuveld. Wat eens een soldaat was, ligt hier, wachtend op erkenning of herkenning, ineengekrompen en verlaten in omgewoeld gras. Niemand meer is gekomen om hem te bedekken met het traditionele lijkkleed.
Geen tijd meer...of niemand meer voor deze opdracht. Ook geen Rode Kruishulp in de buurt. De overwinning dàt alleen is van belang en telt. Menselijke aanpak... geen sprake van. Oorlog voeren en slachtoffers maken. Terreinwinst maken ten koste van alles, niks meer, niks minder
Ze zijn gesneuveld bij bosjes in een bloederige veldslag, de laatste zomerdagen van 1944 die tot doel had een moeilijke en grimmige hindernis in de Hitlerlinies te overbruggen en de frontlijn van de Rijn en de Waal te doorbreken. De twijfelachtige operatie Market Garden in zijn volle glorie.
Ik voel het schijnbaar sidderen van grond onder mijn voeten en waan mij getuige van bittere gevechten. De voormalige gebouwen rondom, de schuiloorden van voorposten en aanvallers vormen een bedreiging en werden omgetoverd tot gapende ruïnes. Uit elk “gat” loert de dood. Links vooraan een geblakerde jeep mogelijk verrast en ongeweten beland in het vijandelijk schrootvuur. Weggemaaid tot schroot. Oorlogvoeren vanuit de loopgrachten was hier vér weg.
Het lijkt allemaal heel normaal tot wanneer ik opmerk dat even vooruit de afschuwelijke afweerlinie opduikt. Hitlers ideeën op z’n best: staalgewrochten, prikkeldraad en moordende vuurmonden vragend om kanonnenvlees. Ik vraag mij af hoe mannen daar ooit doorheen konden of wilden. Wie kon zelfs maar de moed opbrengen om het te proberen? Ik krijg een uitzonderlijke bewondering voor deze onbekende soldaat. Hem loslaten kon niet meer. Ik wil meer details. Alles spreekt mij aan. Een close beeld werkt als een magneet op de situatie. Rondom dit slachtoffer lijkt de aarde omgewoeld. Mogelijk heeft een ongekende granaatinslag alles in stukken uiteengerukt. Een ontploffing zonder voorgaande. Zijn handwapen vloog buiten bereik. Een briefje of wat dan ook duikt als een witte vlek op in deze duistere situatie in een verkrampte hand. Wat moest hij hiermee? Een verhakkelde schets van deze gevaarlijke zone? Bevatte het dominante bevelen voor een ingesloten voorpost? Ik weet het niet. Voel mij eveneens wanhopig omwille van de laatste uitzichtloosheid van de omstandigheden.
Mijn fantasie toert naar menselijkheid. Ik word er misselijk van.
Waarschijnlijk een laatste briefje aan zijn ouders, zijn moeder misschien. Met zijn naam en identificatiegegevens net voor dat ultieme bevel “Oprukken naar de vuurlijn”. Hij wilde mogelijk zekerheid en niet verzeilen in de naamloosheid. Zodoende wilde hij niet belanden in de lange reeks van onbekende slachtoffers.
In de beste omstandigheden is het misschien toch een brief geworden aan het thuisfront. Geforceerde melding: ”Ik maak het goed en hoop van u hetzelfde”. “Niet piekeren en moedig blijven. Alles gaat over”. Kortom, een eenvoudig veelzeggend of nietszeggende aanhaling van wat op dat ogenblik op handen is. Kleine zaken in grote omstandigheden onleesbaar opgetekend in soldatentermen. Een man op weg naar het kerkhof, een man naar mijn hart.
Voor mij werd het een onomschreven besef van de eenzaamheid die de dood te velde betekent en omringt door de nutteloosheid van een afgeknapte leven.
Wegens familiale verplichtingen moest ik de deelnemers en de groep één dag vervroegd verlaten. Een lange eentonige HST-treinreis tussen Hamburg, Keulen en Brussel hield mij bezig met de opgenomen fantasieën en de niet-verwerkte emoties. Ook vandaag nog. Vragen waarop geen antwoord komt.
Ik stel mij voor hoe hij daar lag te sterven of wist dat hij zou sneuvelen. Uiteindelijk ben ik misschien wel verkeerd aan het inschatten. Was het een brief ààn huis of een laatste berichtje vàn thuis en wilde hij een oerband voelen met alles wat hem nog dierbaar was, zijn thuis en zijn familie. Ik weet het niet. Daar ter plekke, toen alles duidelijk leek, wist ik het ook niet. Vandaag ook niet.
In de vooraf-uitgebreide en uitgedeelde reisinformatie en de toelichting van onze bekwame gidsen
en later ook in background informatie op internet las ik over de “kundige” legerleiding die leidde tot een brug te ver te Arnhem. De geschiedenis blijft ze herhalen en vernoemen( sinds 2004). Mijn lijst van onsterfelijk doden is ondertussen aan sterke uitbreiding toe.
Dit alles mogen beleven dankzij de handige opgestelde reisbrochure met het voorafgaand en inleidend bezoek door onze gidsen Oktaaf en Tom: prima werk. Gefeliciteerd en van harte dank.
Mijn ingekrompen reisschema en het bezoek aan deze historische plaatsen, de Frostbrug te Arnhem en de John S. Thompsonbrug in de omgeving van Nijmegen zijn toch geen sluitstuk geworden.
Integendeel.
Voor wanneer nog eens in planning?
Guido Hendrickx
Voorzitter











