Toespraak Herman De Croo – Herdenkingsplechtigheid 2004

De Heer Herman De Croo, voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, zal ons nu toespreken in naam van de Belgische Natie. Met oprechte erkentelijkheid verleen ik aan de eerste burger van ons land als eminente gastspreker graag het woord.

Mijnheer de Vertegenwoordiger van de Koning, die eens te meer door uw aanwezigheid aanduidt dat ons vorstendom in de ruimte, in de tijd daar is waar wel en wee van de natie plaatsvindt.
Mijnheer de Ambassadeur wiens aanwezigheid een symboliek vertegenwoordigt van andere tijden, gegroet.
Monseigneur ik heb een bijzondere sympathie voor u, u weet dat, afkomstig zoals ikzelf van dezelfde gemeente, dank voor hier deze pontificale eucharistieviering met de dieptegang u eigen te hebben waargemaakt.
Burgemeester, eerste burger van deze gemeente, met uw collega’s toont u aan welke de verknochtheid is tussen dit stuk van ons land en de gebeurtenissen die het kenmerkt.
Goede Collega’s van de senaat, Senator Vandenberghe, van de kamer, Stef Goris, eresenator en gedeputeerden, collega’s, vrienden, ik groet u. Maar ik wil bijzonder groeten
de vertegenwoordigers van de vaderlandslievende verenigingen die hier met de stijl en ingetogenheid met hun kenmerkende eerbied deze plechtigheid mede hebben waargemaakt en het geheugen hebben gedragen dat gedragen moet blijven.. Merci.
Et en presentent de ceux qui à juste titre, monsieur le président, ont souligné à la fois
le besoin du rappel de l’histoire et d’essayer à faire comprende au jeune génération que lorsqu’on oublie son passé on souvent perd l’avenir.

Dames en heren, inwoners van deze dubbele gemeente, mijn bijzondere groet gaat naar u
Zoals ik gehoord heb mijnheer de Voorzitter van u en uw broer, en in de viering die hier plaatsgreep, welke de onverbroken band is tussen uw families nu en de gebeurtenissen van toen. En ik kan mij,burgemeester zeer goed inbeelden, ook als burger van een kleine gemeente destijds de laatste van mijn opgenomen gemeente in een ruimer geheel, welke de gevoelens moeten zijn in een gemeenschap waar iedereen iedereen kent, iedereen iedereen aanvoelt, en hoe ook na 60 jaar dag op dag, men misschien met moeite veel heeft kunnen vergeven, maar wellicht nooit alles zal kunnen vergeten en ik voel aan in deze plechtigheid dat de wonden kunnen helen maar dat de littekens van de wonden, bijzonder op zulke ogenblikken als deze, ongelooflijk gevoelig blijven aan de vingertoets van de herinnering en ik vraag u in de spanningen die eigen kunnen zijn aan zo’n omstandigheden, dat het leven niet wordt beleefd, hoe hard en moeilijk het ook weze, in de achteruitkijkspiegel van het verleden maar in de blik op de toekomst.

Mijnheer de Ambassadeur, laat mij toe mij rechtstreeks tot u te richten. Uw aanwezigheid hier vandaag is mijn inziens een symbool dat door ons wordt geapprecieerd. Moeilijke aanwezigheid en ik verheel u niet dat ik op de weg naar deze plaats deze ochtend ik nagedacht heb over de manier waarop wij samen decennia lang reeds gelukkig, opbouwend in Europa aan het leven zijn. Toen enkele weken geleden op de stranden van Normandië de hoogste gezagsdrager van uw land en de president van de Franse republiek symbolisch zoals reeds vroeger gebeurde de verzoening bezegelden en visueel waarmaakten van wat gedurende eeuwen een ondraaglijk spanningsveld was geweest in Europa.

Dames en heren, beste medeburgers, bijzonder deoudstrijders en vaderlandslievende verenigingen fiere dragers van onze vlaggen , gedurende eeuwen aan een stuk werd dit Europa, uw Europa, verdeeld door burgeroorlogen, het waren godsdiensten, het waren talen, het waren eigenzinnigheden, het waren de rassen, en heel dikwijls laat het mij met een tikje hardheid zeggen, we hebben oorlogen gevoerd waar honderdduizenden die mekaar nooit hadden ontmoet en mekaar nooit zouden kennen, mekaar uitmoordden ten dienste van enkelen die elkaar goed kenden en mekaar nooit uitmoordden. Oorlog, Monseigneur u had gelijk, is een van de meest verdwaasde dingen die de mensheid kan overkomen en de laatste wereldoorlog 39-45, de laatste grote burgerloorlog in Europa telde meer dan 58 miljoen slachtoffers. De waanzin voorbij.
En dit klein stukje grondgebied waar wij wonen is helaas eeuwenlang de plaats geweest van de slagvelden van Europa en van tijd tot tijd stelt men zich de vraag “à quoi bon?” wanneer de oorlog zich als een zee terugtrekt en de puinhopen materieel, moreel, menselijk overblijven en zij die hebben afgezien dan bijna de schroom moeten vertonen van dit met het zand van vegetelheid af te dekken.

En misschien zijn wij onvoldoende aandachtig voor de kleine dingen die grote catastrofen veroorzaken, Misschien hebben wij niet genoeg verdraagzaamheid, de ene buur jegens de andere en de taal en de gelaatskleur van een andere man of een andere vrouw brengt toch zo dikwijls wantrouwen, wrevel met zich mee en de vermeende superioriteit van de ene en de andere, individueel of collectief, deze ondraaglijke hoogvaardigheid die sommige naties, rassen of landen tot zich nemen, zijn de blijvende kiemen uit dewelke later oorlogen worden geboren. Vergeet niet dat wat anderen overkwam, ons kan overkomen. Dat in Afrika waar generaties lang mensen van verschillende stammen die helaas visueel in hun fysiologie de kenmerken van die stam of ras dragen of droegen in peins en vrede leven, buren, om dan onverwachts om te kantelen tot de moorddadigheid van de ene waar de gratie van het slachtoffer erin bestond te smeken vermoord te worden in plaats van te sterven na te worden gefolterd.

Wij denken dat deze zaak bij ons onmogelijk is, onbepeinsbaar is. Dat wij met onze vorming, onze geschiedenis, onze cultuur immuun zouden zijn tegen dergelijke dingen. Men vergeet dat mannen en vrouwen niet zo lang geleden, met grote vorming, wetenschappelijk en cultureel geschoold, zaken hebben laten begaan waar het weze mij vergeven meer dan 6 miljoen joden systematisch wetenschappelijk voor raciale impact werden geëlimineerd. Maar vandaag de dag niet zo ver van bij ons in de Balkan, in de Kaukasus, in het Midden Oosten, in Afrika, in Zuid-Oosten, Latijns-Amerika, en ik zou de blik met u kunnen blijven richten op het draaien van de wereldbol in de moeilijkheden de pijn en de smart en wij soms egoïstisch op de tenen van onze welvaart, op de overtuiging dat het niet meer nooit meer ten huize waar zo veel was gebeurd kan herbeginnen. Wij zijn misschien niet aandachtig genoeg en naast de onevenwichten die wij hebben gekend en nu gelukkig door het Europa van de vrede aan het verdwijnen zijn, vergeten wij heel dikwijls de nog grotere onevenwichten die zich wereldwijd aan het opdoemen zijn. Beschavingen,landen, organisaties die over grote delen van de rijkdom de vindingrijkheid de culturele en materiele welvaart beschikken, die 3 kwart van de wereldbevolking uitmaken, mannen en vrouwen, ouders en kinderen die dag in dag uit vandaag voor anderhalf miljard per dag over 1 euro beschikken. 1 euro, dames en heren, is de prijs die Europa geeft per kop dier als betoelaging per dag in onze landbouwpolitiek.

En ook deze wereld is de wereld in dewelke wij leven.

Plechtigheden zoals deze die ons emotioneel aangrijpen en die terug in de palm van onze handen concentreren de combinatie van wat we zijn en, burgemeester, u had gelijk, het kwaad is niet altijd elders ; het kwaad is heel dikwijls opgeborgen in eigen boezem. De verdraagzaamheid,de enige moeder van de vrede, is niet voor de andere ,is ook bij ons. Ook bij ons moeten wij dag in dag uit aandachtig zijn dat de verdraagzaamheid onze eeuwige en onafwendbare gids blijft, ook in Vlaanderen, ook in België, ook in Europa.

Tenslotte bij het horen van het aflezen van de namen van zij die hier het brutaal onverwachts slachtoffer werden, zal de symboliek blijven bestaan van de verloren oorlog die nog haatdragender bleek te zijn dan de symboliek van de eventueel te winnen oorlog, voor zover ooit een oorlog gewonnen kan worden.
Laat mij u herinneren dat in de hoge oudheid men maar overleefde voor de generaties die zijn en die moeten komen, wanneer hun naam behouden en bekend blijft. En meer dan eens wanneer men in de geschiedenis en de afwisseling van de macht de naam van de een of andere heerser uit de memorie uit de overlevingsmogelijkheden van de toekomst wou elimineren, dan ontbeitelde men hem op de monumenten waar hij hem had laten inprinten.
De naam en de voornaam van degenen die hier rusten, die uit dit dorp ten onrechte zijn verdwenen, door hen mijnheer de voorzitter, te herinneren, door luidop die namen regelmatig naar het geheugen en de toekomst uit te spreken, bewaart men hen in een zekere mate voor de eeuwigheid.

Tenslotte vergeet nooit, dames en heren, vrienden, erkentelijkheid is het geheugen van het hart.

Herman De Croo

Een reactie plaatsen